Nu zijn RCT’s de gouden standaard, waarbij grote groepen mensen willekeurig worden ingedeeld en vervolgens óf een bepaalde interventiestof óf een placebo toegediend krijgen, waarbij noch de proefpersoon noch de onderzoeker weet wie tot welke groep behoort. Deze RCT’s worden uiteindelijk allemaal samengebracht in een ‘meta‑analyse’, wat het summum van betrouwbaarheid zou moeten zijn.
Deze manier van werken heeft ons veel gebracht: betere behandelingen, meer veiligheid en minder willekeur. Maar die evolutie ging ook gepaard met een groeiend geloof in cijfers en significantie, soms ten koste van context en individuele verschillen. Wat begon als een hulpmiddel om beter te begrijpen wat werkt, is langzaam uitgegroeid tot een norm waaraan alles moet voldoen. En precies daar wringt het soms.
De waarheid bestaat niet
In meta‑analyses geldt een interventie als effectief wanneer het gemiddelde effect over meerdere studies statistisch significant is, ook als dat effect niet bij iedereen optreedt. Dat klinkt geruststellend, maar het betekent tegelijk dat een deel van de mensen geen baat heeft bij de interventie, of er zelfs slechter op reageert.
Wetenschap zoekt patronen in groepen, terwijl gezondheid zich afspeelt in individuen. Wie dat verschil uit het oog verliest, verwart waarschijnlijkheid met zekerheid.
Van confounders tot cherrypicking
Verschillende studies hebben laten zien dat natuurlijke oliën met een hoog gehalte aan meervoudig onverzadigde vetzuren (vooral linolzuur) en een laag percentage oliezuur (een enkelvoudig onverzadigd vetzuur) het beste de huid kunnen binnendringen en de barrièrefunctie herstellen. Omgekeerd: oliën hoog in oliezuur kunnen de huid irriteren en herstellen de barrièrefunctie niet.
Zo heeft men bijvoorbeeld van zonnebloemolie aangetoond dat het de barrièrefunctie van een beschadigde huid snel kan herstellen. Een goede kwaliteit zonnebloemolie bestaat voor meer dan 60% uit linolzuur. Toen olijfolie op de beschadigde huid werd getest, herstelde de barrièrefunctie niet en het trans‑epidermale waterverlies verergerde.
Dit betekent niet dat alleen maar natuurlijke oliën met een hoog gehalte aan linolzuur op de huid gebruikt moeten worden. Maar het betekent wel dat als je een goede moisturizer wil kiezen, het een goed idee is een natuurlijke olie te nemen met een hoog gehalte aan linolzuur en laag in oliezuur. Een aantal goede oliën zijn zonnebloempit, rozenbottel, sacha inchi, cactus en hennepzaad.
Het is goed om op te merken dat kokos en jojoba weinig linolzuur of oliezuur bevatten. Echter, er is bewijs dat jojoba en kokos het vochtverlies uit de huid kunnen verminderen. Blijkbaar zijn hier andere mechanismen aan het werk. Jojoba is eigenlijk een was, dus deze functioneert anders op de huid. Jojoba lijkt op de menselijke talg en is goed in staat een occlusief laagje op de huid te behouden. In combinatie met een andere plantolie zoals argan, rozenbottel, sacha inchi en hennepzaad is jojoba een topproduct voor de huid.
Zo zou van elke natuurlijke olie of vet de eigenschappen en de functie moeten worden vastgesteld. Zo zijn er van verschillende natuurlijke oliën specifieke werkingen aangetoond. Zo is bijvoorbeeld van zoete amandelolie vastgesteld dat deze olie het effect van huidveroudering door UV‑stralen vermindert en dat het verouderingsproces wordt vertraagd. Arganolie (Argania spinosa) verbeterde de huidhydratatie bij vrouwen na de overgang door herstel van de barrièrefunctie en vermindering van het vochtverlies. In het onderzoek werd ook arganolie ingenomen en alleen dat feit bleek al een factor bij huidherstel!
Kortom, natuurlijke oliën en vetten functioneren dus op een aantal manieren waarvan in dit artikel twee manieren zijn uitgelicht. Ze dringen in het stratum corneum waarbij de barrièrefunctie wordt hersteld, het waterverlies tot een minimum wordt beperkt en de inhoudsstoffen worden gebruikt als bouwsteen voor een gezonde huid. Daarnaast vormen deze oliën een occlusieve laag zodat de huid zich goed kan beschermen. Kies daarbij voor een plantolie met een hoog gehalte aan meervoudig onverzadigde vetzuren (vooral linolzuur) en een laag percentage oliezuur (een enkelvoudig onverzadigd vetzuur), zodat deze het beste de huid kan binnendringen en de barrièrefunctie herstellen.
De waarde van N=1
Als gezondheidsprofessional blijft het daarom essentieel om je behandeling af te stemmen op de persoon voor je. Die ene mens met zijn unieke geschiedenis, biologie en leefwereld. Sommige interventies zijn mooi onderbouwd door studies, andere minder of (nog) niet. Beide kunnen even waardevol zijn als ze gepersonaliseerd en effectief toegepast worden.
Wetenschap helpt ons richting te geven, valkuilen te vermijden en waarschijnlijke uitkomsten in te schatten, maar ze neemt het klinisch denken niet over. De kunst zit in het combineren van kennis, ervaring en observatie, en in het durven bijstellen wanneer iets niet werkt.
Evidence‑based werken betekent niet blind volgen, maar bewust kiezen. Wetenschap is een kompas, geen eindpunt.






