Het geslacht Eucalyptus bevat meer dan 700 soorten, die alle inheems zijn in Australië en Tasmanië. Enkele soorten komen voor in het oosten van Indonesië. Zeker de Eucalyptus globulus geldt als één van de hoogste en snelst groeiende bomen ter wereld. De hoogste is momenteel te vinden op het eiland Tasmanië en is meer dan 90 meter hoog. De naam eucalyptus betekent ‘goed bedekt’ en verwijst naar het soort dekseltje dat de bloem in eerste instantie verbergt.

Eucalyptusbladeren zijn een belangrijk geneesmiddel voor de Aboriginals in Australië. De bladeren, als aftreksel in water en/of gekauwd tot een brij, werden gebruikt om koorts te verlagen en infecties te behandelen. De bomen groeien snel en nemen heel veel water op. Dat was de reden dat al in het midden van de 19e eeuw de eerste eucalyptusbomen in Europa (Italië, Frankrijk) en Noord‑Afrika werden geplant. Het doel was drooglegging van moerassen. Tegelijkertijd werd daarmee ook malaria bestreden. Vandaar de populaire naam ‘koortsboom’. De olie die in het midden van de 19e eeuw voor het eerst werd gedestilleerd, was hier in het Westen in eerste instantie een populaire smaakstof en bestanddeel van parfums.

Uit het blad van vele eucalyptussoorten wordt essentiële olie gedestilleerd. Globaal kan men de vele soorten eucalyptusoliën in drie groepen verdelen:

  • Eucalyptusoliën met een hoog aandeel aan oxiden (1,8‑cineol) en een frisse kamferachtige geur. Voorbeelden: E. globulus, E. radiata, E. smithii en E. polybractea.
  • Eucalyptusoliën met een hoog gehalte aan aldehyden (citronellal en/of citral) met een duidelijke citroengeur. Voorbeelden: E. citriodora en E. staigeriana.
  • De zogenaamde pepermunteucalyptussen, met een hoog gehalte aan piperiton en/of phellandreen. Voorbeelden: E. dives en E. piperita.

Belangrijke bestanddelen van eucalyptus

Cineol, het hoofdbestanddeel van eucalyptus, is de laatste jaren wetenschappelijk goed onderzocht op verschillende eigenschappen zoals microbendodende, slijmoplossende en ontstekingsremmende werking. Zo blijkt cineol ontstekingbevorderende moleculen te remmen en het slijm op te lossen (o.a. Juergens 2003, Juergens 2014, Worth 2012), waardoor cineol toegepast wordt bij astma en COPD.

Cineol blijkt ook:

  • de opname van medicijnen via de huid te versterken
  • de werking van het griepvaccin te verhogen (Li 2017)
  • chloorhexidine (ontsmettend middel) veel sterker te maken wanneer het wordt toegevoegd (Simsek 2017)

De opbrengst aan essentiële olie is voor eucalyptus tussen 1,8 en 2%. Dat wil zeggen dat er ongeveer 60 kilo verse bladeren nodig zijn voor 1 kilo olie. De Australische overheid vereist bij globulusolie een minimaal percentage cineol van 70%.

De meeste eucalyptusolie wordt nog een tweede keer gedestilleerd (gerectificeerd) om scherpe, harde, onaangename en irriterende bestanddelen te verwijderen zoals monoterpenen, isovaleraldehyde, globulol en aromadendreen. Dit zijn verbindingen die ook bij inademing een sterke hoestreflex kunnen oproepen. Door deze tweede destillatie kunnen we bij eucalyptusolie nooit van een complete olie spreken omdat er verbindingen verloren gaan. Het voordeel van rectificatie is dat de olie veiliger in gebruik is.

De kleur van eucalyptusolie is kleurloos tot lichtgeel (als de olie veroudert). De geur is onmiskenbaar: sterk, fris, kamferachtig. De radiata heeft een duidelijk zoete ondertoon. De smithii is grondiger. Eucalyptusolie en het bestanddeel cineol worden in medicamenten verwerkt als (hoest)siropen, tandpasta’s en zalven. De parfumindustrie maakt gebruik van eucalyptus in zepen en andere schoonmaakmiddelen. In parfums is eucalyptus een topnoot. De belangrijkste industriële toepassing is in mondverzorgingsproducten.

Dosering van eucalyptusolie

  • In de aromaverdamper: enkele druppels naar eigen voorkeur
  • Op de huid: maximaal 10% bij volwassenen — bij lokaal gebruik
  • In het bad: maximaal 10 druppels in een vol bad
  • In een stoombad: maximaal 5 druppels; te beginnen met één druppel