Veel mensen grijpen automatisch naar iets zoets wanneer ze zich moe, slap of futloos voelen. Een suikerrijke snack lijkt immers direct te helpen: je krijgt meer energie en voelt je vaak ook even beter. Toch is dit effect meestal van korte duur. Op de langere termijn kan een hoge suikerinname juist leiden tot schommelingen in energie en stemming. In dit artikel lees je hoe dat werkt en waarom het verschil tussen snelle en langzame suikers daarbij zo belangrijk is.
Suiker en energie
Wanneer je suiker eet, stijgt je bloedsuikerspiegel snel. Dit zorgt op korte termijn voor een energiepiek: je voelt je alerter en tijdelijk actiever. Het lichaam reageert hierop door insuline
aan te maken, een hormoon dat ervoor zorgt dat de suiker uit het bloed wordt opgenomen in de cellen. Bij een hoge suikerinname gebeurt dit vaak in korte tijd en in grote hoeveelheden.
Als gevolg hiervan daalt de bloedsuikerspiegel vaak snel weer, soms zelfs tot onder het niveau van vóór de suikerinname. Dit veroorzaakt een energiedip. Je kunt je dan vermoeid, futloos of licht in het hoofd voelen, en ook concentratieproblemen komen vaak voor. Daarnaast ontstaat er regelmatig opnieuw trek in suiker. Wanneer deze pieken en dalen zich herhalen, kan het lichaam steeds gevoeliger worden voor schommelingen, wat leidt tot structureel wisselende energie en sneller optreden van vermoeidheid.
Suiker en stemming
Suiker beïnvloedt niet alleen je energie, maar ook je stemming. Na het eten van suiker wordt tijdelijk het beloningssysteem in de hersenen geactiveerd. Daarbij komt dopamine vrij, een
stof die zorgt voor een prettig en geruststellend gevoel. Dit verklaart waarom suiker vaak wordt gebruikt als troost of beloning.
Ook dit effect is echter kortdurend. Na de dopaminepiek volgt een daling, wat kan leiden tot prikkelbaarheid, onrust of een leeg gevoel. Bij regelmatige hoge suikerinname kunnen deze schommelingen bijdragen aan stemmingswisselingen, een verhoogde stressgevoeligheid en bij sommige mensen sombere gevoelens. Bovendien kan gewenning optreden: er is steeds
meer suiker nodig om hetzelfde prettige gevoel te ervaren.
Wat is het verschil tussen snelle en langzame suikers?
De mate waarin suiker invloed heeft op energie en stemming hangt sterk samen met het type suiker dat wordt gegeten. Het belangrijkste onderscheid is dat tussen snelle en langzame suikers.
Snelle suikers bestaan uit eenvoudige koolhydraten die het lichaam nauwelijks hoeft af te breken. Ze worden snel opgenomen in het bloed, waardoor de bloedsuikerspiegel sterk stijgt. Om dit te verwerken maakt het lichaam in korte tijd veel insuline aan, wat resulteert in een snelle daling van de bloedsuiker. Dit patroon van pieken en dalen kan leiden tot vermoeidheid, prikkelbaarheid, honger en een voortdurende behoefte aan meer suiker. Op langere termijn kan dit zelfs bijdragen aan een vicieuze cirkel van suikerafhankelijkheid. Snelle suikers zitten vooral in producten zoals geraffineerde suiker, honing en siropen, frisdrank, snoep en koek, wit brood, witte pasta en witte rijst, en in vruchtensap.
Langzame suikers bestaan uit complexe koolhydraten die het lichaam langzamer verteert. Hierdoor komt glucose geleidelijk in het bloed terecht en stijgt de bloedsuikerspiegel minder
snel en minder sterk. De insuline-afgifte verloopt gelijkmatiger, wat zorgt voor een stabielere en langdurigere energievoorziening. Langzame suikers zitten meestal in onbewerkte of
minimaal bewerkte producten die rijk zijn aan vezels. Deze vezels vertragen de vertering en dragen bij aan een langer verzadigd gevoel en een stabielere stemming. Langzame suikers vind je vooral in volkorenbrood en havermout, zilvervliesrijst en volkorenpasta, peulvruchten zoals linzen en kikkererwten, groenten en hele vruchten in plaats van geperst sap.






