Vandaag: de Zweedse ingenieur en arts Rune Elmqvist en cardioloog en chirurg Åke Senning

Op 8 oktober 1958 vond een baanbrekende medische ingreep plaats in het Karolinska-ziekenhuis in Stockholm, Zweden. Cardioloog en chirurg Åke Senning implanteerde voor het eerst een pacemaker bij een mens. Hoewel het apparaat slechts 8 uur werkte, was de ingreep een succes. De volgende dag kreeg de patiënt, Arne Larsson, een nieuw apparaat. In de loop van zijn leven onderging Larsson 22 pacemakervervangingen en bereikte hij de respectabele leeftijd van 86 jaar, toen hij in 2001 overleed aan kanker.


Deze doorbraak was het resultaat van jarenlang onderzoek en samenwerking tussen Åke Senning en Rune Elmqvist, een arts en ingenieur. Hun werk luidde een nieuw tijdperk in voor de behandeling van hartritmestoornissen en heeft miljoenen levens verbeterd.

Van experiment naar innovatie

Voordat de eerste implanteerbare pacemaker werkelijkheid werd, hadden Senning en Elmqvist uitgebreid geëxperimenteerd met externe pacemakers op dieren. Deze apparaten, die destijds uit de Verenigde Staten kwamen, waren groot en zwaar – vaak ter grootte van een koffer. Hoewel ze effectief waren, waren ze verre van praktisch. De elektroden werden aan de hartspier bevestigd, maar de pacemaker zelf bevond zich buiten het lichaam, wat een grote belasting voor patiënten betekende.


De doorbraak kwam toen de vrouw van Arne Larsson de wetenschappers om hulp vroeg. Haar man leed aan ernstige hartritmestoornissen en had dringend een oplossing nodig. Elmqvist bedacht een radicaal nieuw idee: een pacemaker die volledig in het lichaam kon worden geplaatst. Het apparaat moest compact en betrouwbaar zijn, zodat patiënten na de operatie een normaal leven konden leiden.

Een schoensmeer potje als begin

Elmqvist gebruikte een eenvoudig schoensmeer potje als behuizing voor de eerste implanteerbare pacemaker. Hij vulde het blikje met epoxyhars om de interne componenten – transistors, kabels en batterijen – te beschermen. Voor de stroomvoorziening gebruikte hij oplaadbare nikkel-cadmium-batterijen, die buiten het lichaam opgeladen moesten worden.


Tijdens een chirurgische ingreep plaatste Senning het apparaat in de buik van de patiënt. Twee elektroden werden aan de hartspier bevestigd om de elektrische impulsen door te geven. De pacemaker werd ingesteld om 72 elektrische pulsen per minuut te genereren, wat overeenkomt met een normale hartslag. Hoewel het eerste apparaat al snel vervangen moest worden, bleek de innovatie van onschatbare waarde. Arne Larsson kon dankzij zijn pacemaker een actief en lang leven leiden.

Een blijvende nalatenschap

Senning en Elmqvist hadden aanvankelijk niet verwacht dat hun uitvinding op grote schaal zou worden toegepast. Maar meer dan 60 jaar later is de implanteerbare pacemaker een belangrijk hulpmiddel in de moderne geneeskunde. Tegenwoordig genieten miljoenen mensen wereldwijd van een normaal leven dankzij deze technologie, die ernstige hartritmestoornissen behandelt en plotselinge hartstilstand voorkomt.


De eerste pacemakers waren zo groot dat ze alleen in de buik konden worden geplaatst. Moderne pacemakers zijn daarentegen slechts zo klein als een munt van 2 euro en worden dicht bij het hart geplaatst. Met de komst van elektronische chips hebben de apparaten nu een levensduur van 8 tot 15 jaar. Bovendien zijn er inmiddels elektrodeloze mini-pacemakers ontwikkeld, die via een beenader direct in de rechterhartkamer worden ingebracht.

Twee visionairs

De visionaire samenwerking tussen Rune Elmqvist en Åke Senning markeerde het begin van een revolutie in de hartchirurgie. Hun eerste geïmplanteerde pacemaker veranderde de medische wereld en legde de basis voor verdere innovaties. Hun namen verdienen het om herinnerd te worden als pioniers die de weg hebben vrijgemaakt voor technologieën die miljoenen levens hebben gered.